Je kunt nooit teveel eisen

door | aug 10, 2021 | Blog | 0 Reacties

Home » Blog » Je kunt nooit teveel eisen

“Ik ga dit nog heel vaak horen hé? Dat het tóch gelukt is?”. Mijn lief kijkt mij vragend aan. ‘Inderdaad. Als je mij zegt dat iets niet kan, ga ik het tegendeel bewijzen’. Al had ik daar in deze situatie wel een lange adem voor nodig.

Het is maart 2020 als ik besluit dat ik weg wil bij mijn werkgever. ‘In de zomer tik ik de tien jaar aan, dan is het mooi geweest’. Overtuigd van mijn kennis en kunde schrijf ik een aantal werkgevers aan. Wat ik precies wil weet ik niet. Ik wil in de zorg blijven maar niet actief hulpverlenen. Ik vind het aansturen en begeleiden van hulpverleners, vrijwilliger en stagiaires leuk. Het werk moet op HBO niveau zijn, op fietsafstand van huis en flexibel zodat ik werk, schrijven en gezin kan combineren.

Mijn lief zegt: “Dat is een aardig wensenlijstje”. Ik zeg: ‘Ik hoef niet weg, ik mag best eisen stellen’.

De eerste afwijzingen sijpelen mijn mailbox binnen. ‘Te onervaren om leiding te kunnen geven, niet passend in het profiel, andere kandidaat was beter’. Ik haal mijn schouders op: ‘Dan niet, hun gemis’. De Corona-crisis breekt uit, de vacatures verdampen, ik stop met brieven schrijven.

Na de zomer ga ik opnieuw ga solliciteren. De regels worden losgelaten waardoor het aantal vacatures toeneemt. Ik ontvang uitnodigingen in plaats van afwijzingen. Naïef en onvoorbereid, het is een decennium geleden sinds mijn laatste sollicitatie, ga ik in gesprek. Op de vraag wat mij zo leuk lijkt aan de organisatie kan ik geen antwoord geven. Ik heb niet verder dan de vacature gekeken. Zo verknal ik drie gesprekken.

In oktober pak ik het serieuzer aan. Ik bereid alle gesprekken tot in de puntjes voor. Urenlang struin ik het Internet af, ik lees alle jaarverslagen en krantenartikelen die ik maar kan vinden. Ik krijg evenzoveel uitnodigingen als afwijzingen. ‘Zelfs Joop Zoetemelk is niet zo vaak tweede geworden’ klaag ik als ik weer te horen heb gekregen krijg dat een andere kandidaat nét iets beter was.

Mijn lief snapt er niets van: “Wat zeg je toch tijdens die gesprekken? Jij gaat er altijd met gestrekt been in. Je moet soms mensen zeggen wat ze willen horen”. Ik schud mijn hoofd: ‘Ik kan niet ergens werken waar ik mijn mond moet houden’.

Toegegeven, het ligt niet alleen aan mij. Een aantal organisaties heeft haar zaken niet op orde. Zo wijzigt een vacature van twintig naar veertig uur, worden vacatures ingetrokken en houdt één organisatie mij aan het lijntje. Na vier gesprekken krijg ik te horen: ‘Je bent onze enige kandidaat, we willen eigenlijk iets te kiezen hebben’. Een bedrijf wat verjongen wil neemt een zestiger aan en een organisatie die zegt een ondernemer te willen neemt een voormalig ambtenaar aan. Als ik het op de valreep afleg tegen een holistisch masseur is de maat vol. ‘Ik kap ermee. Ik ga niet meer solliciteren’.

“Je hebt veel te veel eisen” zegt mijn lief.

In januari zeg ik mijn baan op zonder een ander in het vooruitzicht. Momenten van trots en wanhoop wisselen elkaar af. Ik zit amper een week thuis als ik word gebeld door het MBO Rijnland. “We zoeken een examinator”. Twee dagen later ben ik weer aan het werk. ‘Het is mij niet gegund werkloos te zijn’ grap ik. Het werk is eentonig en saai maar de collega’s maken alles goed. Na mijn eerste werkdag kom ik huilend thuis: ‘Iedereen is zo blij dat ik kom helpen!´

De examens en mijn baantje stoppen gelijktijdig als het zomervakantie wordt. Ineens is daar die leuke vacature. Er volgt een uitnodiging, een gesprek, nóg een gesprek en dan het verlossende telefoontje: “We willen heel graag met jou verder. Jij ook met ons?”

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.